Saabgeschiedenis
Door alle gebeurtenissen die zich de laatste tijd rond Saab hebben afgespeeld, is bijna iedereen vergeten dat meer dan zestig jaar geleden de eerste Saab geproduceerd werd. Veel automerken, waaronder Saab, hebben zich vlak na de Tweede Wereldoorlog gevestigd. Veel van deze merken hebben zich niet lang staande gehouden en zijn opgegaan in de geschiedenis. Als een van de weinige is Saab blijven bestaan.
Officieel werd Saab al vóór de Tweede Wereldoorlog opgericht, namelijk in 1937. De naam Saab is de afkorting van Svenska Aeroplan Aktiebolaget, een Zweedse vliegtuigfabrikant. Toen de dreiging van de Tweede Wereldoorlog kwam, wist Zweden niet of ze weer neutraal zouden kunnen blijven, zoals in WO1. Saab begon bommenwerpers en jachtvliegtuigen te ontwerpen, maar Zweden bleef uiteindelijk, als een van de weinige landen, neutraal. Toen het einde van de oorlog naderde werd duidelijk dat de productie zou afnemen. Zo ontstond het idee om een Saab personenauto te ontwerpen. De enige andere Zweedse concurrent was op dat moment Volvo.
In 1944/1945 begonnen de ingenieurs van Saab het idee voor een personenauto uit te werken. Als voorbeeld gebruikten ze de techniek van de Duitse DKW tweecilinder tweetaktmotor. Dit werd gekoppeld aan voorwielaandrijving, iets wat tot op de dag van vandaag kenmerkend is voor Saab. De geestelijke vader van deze eerste Saab was Gunnar Ljungström, een vliegtuigingenieur. Deze snapte als geen ander het belang van veiligheid voor de inzittenden. Tot op de dag van vandaag is het kenmerk van Saab: het belang van veiligheid.
Het uiterlijk van de Saab werd ontworpen door Sixten Sason, een van de meest creatieve industriële ontwerpers uit die dagen. Sason was onder meer bekend als ontwerper voor AESA, Husqvarna, Electrolux. Naast de eerste Saab, is de Hasselblad-camera één van de beroemdste ontwerpen van Sason. Zijn ontwerp voor Saab ging uit van een zelfdragende carrosserie met aerodynamische kwaliteiten. Dat betekende niet alleen een lage luchtweerstand, maar ook een stabiele wegligging; zelfs bij hoge snelheden en zijwind.
Het prototype van de eerste Saab was klaar in 1946 en moest direct zware proeven ondergaan. Telkens opnieuw werd het model bijgeschaafd en pas aan het einde van dat jaar kreeg de Saab zijn definitieve vorm.<strong> </strong>Het originele model had aan de voorkant dichte wielkasten, maar het bleek dat zich daar modder verzamelde dus werd het opengewerkt.
Kort daarna, 10 juni 1947, kwam Saab met de 92 en dat was officieel het begin van Saab als automobielfabrikant. Maar van productie op grote schaal was bij lange na nog geen sprake. Na de Tweede Wereldoorlog was alles nog schaars, waardoor een auto voor de meeste mensen nog niet was weggelegd. Omdat alle fabrieken nog legergroene verf uit de oorlog over hadden, werden de eerste Saabs allemaal legergroen gespoten. Opvallend aan het eerste model van de 92 is het ontbreken van een kofferdeksel: alle bagage moest via de achterbank ingeladen worden. Pas in december 1949 startte de serieproductie. In het eerste jaar, 1950, werden er 1.246 auto’s gebouwd. Langzaam maar zeker liep dit op tot 2.000 per jaar.
De tweede Saab, de 92B, werd in december 1952 gepresenteerd en was op zoveel punten aangepast, dat men besloot een B achter de 92 te zetten. Een van die aanpassingen was het kofferdeksel, waardoor de bagageruimte van buiten af bereikbaar was geworden. Daarbij kreeg de 92B een grotere achterruit, met een foamlaag beklede stoelen en was het vernieuwde model in meerdere kleuren te krijgen. Later, in 1954, werd de auto nog verder aangepast en verschenen de eerste chroomstrips. Ook het zonnedak werd een optie.
In december 1959 werd de succesvolle Saab 93 aangekondigd. Met een nieuwe neus, opniew door Sixten Sason ontworpen, oogde de auto veel moderner. De tweecilinder tweetaktmotor werd vervangen door een nieuwe driecilinder tweetakt met een inhoud van 748 cc. De versnellingsbak was nieuw, maar had nog steeds maar drie versnellingen. Ook de voorwielophanging werd drastisch gewijzigd en het elektrisch systeem ging van 6 naar 12 volt. Saab was klaar voor de export. Vanaf 1957 werden de eerste exemplaren verscheept naar het buitenland, waaronder Nederland. Bijzonder was dat de bevestigingspunten voor veiligheidsgordels standaard werden geleverd, iets wat toen niet vaak gebeurde. De Saab 93 verscheen ook in opgevoerde versie, genaamd de Saab Granturismo 750. Deze was voorzien van allerlei extra’s zoals een toerenteller.
In 1959 kwam de stationcaruitvoering op basis van de 93, de 95. De 95 leek totaal niet op de 93, veel veranderingen en aanpassingen waren uitgevoerd. Zoals de portierophanging die van achter naar voor werd verplaatst waardoor de zelfmoorddeuren verdwenen. Een jaar later werd het model opnieuw vernieuwd, deze keer werd de achterkant breder gemaakt, de motorinhoud vergroot en het dashboard vernieuwd. De nieuwe Saab werd de Saab 96. Deze Saab een groot succes in Amerika, de jaarproductie steeg onmiddellijk met in 1965 een hoogtepunt van 40.226 stuks.
Na de 96 kwam de 99 in 1968, de 99 had voorwielaandrijving met een motor van Triumph. In datzelfde jaar werd Saab samengevoegd met vrachtwagen merk Scania-Vabis. IN 1970 kwam er een hoogtepunt voor Saab; de 500.000<sup>e</sup> Saab was gebouwd. Voor Saab was dit heel erg veel, hoewel dit voor andere merken nog niets was. Maar na een plotselinge groei liep de miljoenste 6 jaar later al van de band.
In 1976 kwam de 99 turbo, de eerste in grote serie gebouwde turboauto. Nog 2 jaar later, 1978, werd de 99 verlengd en zo ontstond de Saab 900 klassiek. In het zelfde jaar werd nog gestopt met de productie van de 96, die toch al lange tijd in productie was geweest. Daarna was er een min of meer onderbroken lijn te zien tot 2002, met de 9000, 900ng en de 9-3.
Door de jaren heen heeft Saab veel contact gezocht met andere merken waarvan sommige tot positieve resultaten leidden. Een van die resultaten was met 4 verschillende fabrieken. Samen ontwikkelden ze een onderstel voor verschillende auto’s waaronder de Fiat Croma, Alfa Romeo 164, Lancia Thema en natuurlijk de Saab 9000. In diezelfde tijd verschenen ook de cabriolets op basis van de 900. Die wagens werden populair in Amerika en in Europa. Maar goedkoop waren ze echter niet. In 1989 werd General Motors voor meer dan vijftig procent eigenaar van Saab voor ongeveer 600 miljoen dollar samen met de mogelijkheid om de rest van de aandelen binnen tien jaar te kopen. Deze overname was voor niemand onverwacht, Saab leed al een aantal jaren verlies. Maar ondanks de overname leed het bedrijf nog steeds verlies, dus werd besloten de fabriek va Malmö in 1991 te sluiten. Ook de naam werd veranderd in Saab Automobile AB.
Om toch winst te blijven maken zorgde GM in 1994 voor een Saab 900 nieuwe generatie. Deze werd gezet op het onderstel van een andere GM-dochter; de Opel Vectra. Het was een grote belediging voor Zweden maar het werkte. Doordat het zo goed verkocht werd er voor het eerst weer eens winst gemaakt. Ondanks alles werden er toch maar 90 tot 95 duizend auto’s per jaar gemaakt.
Uiteindelijk, in 2000, durfde GM ook het overgebleven aantal aandelen te kopen en werd het voor 100 procent eigenaar van Saab. Verwacht werd dat GM het goed zou doen, maar niemand kan in de toekomst kijken en het plan is anders gelopen dan verwacht. Toch leeft Saab dankzij Spyker nog steeds en zijn er alweer vol op plannen voor de toekomst, gelukkig maar.
